Details
478 p.
Besprekingen
De Volkskrant
Het is juni 1972. Tijdens bouwwerkzaamheden in het stadje Pottstown in de Amerikaanse staat Pennsylvania wordt op de bodem van een oude waterput een menselijk skelet gevonden. Een bejaarde Jood wordt als verdachte beschouwd.
Kort daarna wordt de hele omgeving weggevaagd door orkaan Agnes en spoelt al het eventuele bewijsmateriaal richting de Atlantische Oceaan. De oude Joodse man, Malachi, wordt nooit meer gevonden.
De nieuwe roman van de in de Verenigde Staten razend populaire National Book Award-laureaat James McBride, De hemel en aarde winkel (The Heaven and Earth Grocery Store), begint als een thriller. Maar na deze in vier pagina's vertelde episode springt de roman 47 jaar terug in de geschiedenis en ontvouwt zich een breed uitwaaierend verhaal waarin het niet om moord en doodslag draait, maar waarin een levendig portret van een zeer diverse gemeenschap wordt geschetst.
We bevinden ons in Chicken Hill, een volkse wijk van Pottstown, vooral bewoond door Joden en zwarten. Die laatsten worden door McBride (zwarte vader, Joodse moeder) consequent aangeduid met het n-woord, want dat was nu eenmaal het gangbare woord in de tijd waarin de roman zich afspeelt.
Hoofdpersonen zijn het Joodse echtpaar Moshe en Chona Ludlow. Hij komt uit Roemenië, zij is geboren in de VS. Moshe baat een theater uit, waar aanvankelijk vooral Joodse musici optreden, maar gaandeweg steeds meer zwarte artiesten, onder wie historische figuren als Louis Jordan, Count Basie en Lionel Hampton. Chona, op haar beurt, drijft de Hemel en Aarde Winkel, die ze van haar vader heeft geërfd.
Een rode draad in de roman luidt 'Amerika in verandering'. Chicken Hill is een wijk waarin zich voortdurend nieuwkomers vestigen: Joden, zwarten, later ook latino's. Chona's kruidenierswinkel is de belichaming van het multiculturele karakter van de wijk, want zij is een van de weinige witte winkeliers die ook zwarte klanten welkom heten. Chona vormt, in meerdere betekenissen van het woord, het hart van deze roman.
Van integratie is niet echt sprake. Joden die het zich kunnen veroorloven vertrekken naar 'de groenere weiden van High Street' in het stadscentrum. Eigenlijk wil Moshe hen volgen. 'Deze buurt is arm. En dat zijn wij niet', bezweert hij zijn vrouw. Maar Chona is onvermurwbaar: 'Amerika ligt hier.'
Overigens worden de Joodse inwoners van Pottstown op hun beurt met de nek aangekeken door de 'echte' witte Amerikanen. Als het aantal Joodse families in korte tijd van tien naar zeventien stijgt, besluiten de stadsbestuurders 'door middel van intimidatie, sluwe wetten en regelrechte diefstal' dat zeventien wel genoeg is.
McBride voert een bonte stoet van dikwijls nogal terloops beschreven figuren op, maar de ruggengraat van het boek wordt gevormd door een klein gezelschap personages die overtuigend tot leven komen. Naast Chona en Moshe is er de mysterieuze Malachi, die op de meest onverwachte momenten opduikt en weer verdwijnt, de betrouwbare maar met een duister verleden kampende Nate, de handige weggetjesweter Isaac, de schijnbaar alwetende flapuit Paper (van haar kom je meer te weten dan je in de krant leest) en de manke en gemankeerde huisarts Doc Earl Roberts, die in het geniep lid is van de Ku Klux Klan.
Nou ja, in het geniep: zijn witte laken ten spijt herkent iedereen de tred van deze klompvoet tijdens de jaarlijkse KKK-mars.
De roman raakt in een stroomversnelling als het 12-jarige weeskind Dodo ten tonele verschijnt. Hij is doof geworden toen het fornuis van zijn moeder ontplofte. De staat wil hem opsluiten in het beruchte Pennhurst-instituut voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten. Chona en de zwarte gemeenschap doen hun uiterste best Dodo te verbergen, maar door verraad belandt de jongen toch in de inrichting. De gebeurtenissen hebben een verenigend effect: Chicken Hill neemt geen genoegen met de gang van zaken.
De beschrijvingen van wat zich in Pennhurst afspeelt behoren tot de gruwelijkste van het boek. Tegelijk is de inrichting het toneel van enkele van de meest vertederende scènes van de roman, via de ontluikende vriendschap tussen Dodo en een aan cerebrale parese lijdend medepatiëntje dat hij Monkey Pants noemt. De manier waarop deze twee gehandicapte jongetjes elkaar leren begrijpen en met elkaar communiceren is aangrijpend.
Net als de personages die het boek bevolken is De hemel en aarde winkel zelf uitgesproken veelstemmig. Soms doen de humor en absurditeiten denken aan Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer, dan weer voeren de gruwelen je naar herinneringen aan Colson Whitheads De jongens van Nickel.
McBride is in zijn roman snoeihard over de manier waarop de rijkdom aan culturele invloeden die migranten Amerika brengen, verwordt tot een eenvormige 'nikserigheid' waarin 'het glorieuze weefsel van hun geschiedenis is teruggebracht tot een reeks van tien seconden durende tv-reclames, lege feestdagen en sportwedstrijden vol patriottistische onzin in rood, wit en blauw'.
De hemel en aarde winkel is een hartstochtelijk pleidooi voor gelijkheid in diversiteit.