Details
178 p.
Besprekingen
De Standaard
Een vrouw staat op het punt de stad in te ruilen voor het platteland, en denkt terug aan haar relatie met Xavier, een oudere man die ooit beweerde haar beter te kennen dan ze zichzelf kent. Ze heeft hem niet verteld dat ze verhuist.
Xavier is een man met ouderwetse ideeën over mannen en vrouwen, een man voor wie het vanzelfsprekend is dat ze elk weekend samen doorbrengen, “hij was oprecht verbijsterd als ik andere plannen had”. Ze begrijpen elkaar niet: “'Het lijkt wel of er meerdere lagen huid zijn weggehaald', zei ik. 'Dat klinkt als gordelroos', zei hij. 'Zo bedoelde ik het niet', zei ik, 'ik bedoelde het metaforisch.'”
Xavier en de ik-verteller hebben geen contact meer sinds hij haar in een mail heeft laten weten dat hij haar boek heeft gelezen. Dat was, zei hij, “een soort HEL”. De naamloze schrijver haalt in één lange monologue intérieur - praat ze tegen zichzelf? - herinneringen op aan Xavier en andere geliefden. Ze heeft het over haar relationele geschiedenis, maar ook over haar dagelijks leven, waarin ze met een vriendin gaat zwemmen, met een andere gaat wandelen, en blij wordt van de sandwiches die de vriendin bij zich heeft: “Ze zei dat ze ze belegd had met pittig rundvlees, wat opwindend was omdat dat niet iets is wat ik ooit koop.”
Dikke kus, dag-dag gaat over liefde, over loslaten, over leven en vooral ook over schrijven. Want schrijven of niet schrijven, dat is de vraag. Mails of antwoorden op mails worden in gedachten - soms ook in realiteit - geschreven en al dan niet verzonden. Sommige passages staan plots in de derde persoon, alsof het verhalen zijn die de ik-verteller heeft geschreven. En er is een essayistische passage over Michael Hanekes film La pianiste .
De bloemen
Heden en verleden lopen in elkaar over. De verteller voelt zich niet meer aangetrokken tot Xavier, maar lijkt hem soms toch te missen. Toen ze een relatie hadden, liet hij om de twee weken een boeket bloemen bezorgen. Eerst is ze blij, maar na een tijdje begint ze op te zien tegen het moment waarop de bloemenverkoper belt om een moment af te spreken voor de bezorging. Dus zegt ze dat ze de bloemen zelf zal kopen. Maar dan voelt ze zich verplicht om elke keer bloemen ter waarde van de afgesproken 50 pond te gaan halen, terwijl ze niet houdt van zulke grote boeketten. Wat begon als een lief gebaar, wordt een last.
Het lijkt een banale anekdote, maar de verteller herhaalt het bloemenverhaal meermaals. De bloemen, steeds weer die bloemen. Het is een metafoor voor het verval van de relatie. De herhaling doet denken aan Sophie Calles break-upboek Douleur exquise , waarin ze telkens opnieuw vertelt hoe het fout liep, tot het uiteindelijk minder pijn doet.
Bennett neemt je heel overtuigend mee in het hoofd van haar protagonist, die veel, té veel nadenkt. Ze analyseert brieven en mails eindeloos - “Er zat iets licht spottends in de manier waarop hij dat onthulde. Of misschien ook niet. Misschien ook niet.”
Als motto voor haar boek koos Bennett een zin van Madame Chantelouve uit Joris-Karl Huysmans' roman Uit de diepte : “Nee, u kunt ze niet horen, de duizend gesprekken waarmee mijn ziel de uwe verveelt …” In Dikke kus, dag-dag krijgen we al die duizend gesprekken die het hoofdpersonage met zichzelf en anderen voert, denkbeeldig en echt, wél te horen. En het is prikkelend, het is prachtig.